www.kanetwerk.net

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Podium Mem û Zîn en andere nationale epen

Mem û Zîn en andere nationale epen

dr.  M.M.  (Michiel)  Leezenberg

LeezenbergNRC Handelsblad 

June 12, 2009

Een parel die rolt van hand tot hand;

Iedere natie zijn eigen epos, geschiedvervalsing geen bezwaar;

Epos... en natievorming

BYLINE: Michiel Leezenberg

SECTION: BOEKEN; Blz. B08

LENGTH: 1758 woorden

SAMENVATTING:

Elk zichzelf respecterend volk lijkt een nationaal epos te hebben. Maar hoe nationaal zijn de
onlangs in vertaling uitgegeven, nationale epossen van Iran of Koerdistan?

VOLLEDIGE TEKST:

Onlangs verscheen een nieuwe, bijna volledige vertaling van de immense Shahname, ofwel
het Boek der koningen, van de elfde-eeuwse Perzische dichter Abdulqasem Firdowsi. Nog
recenter is het klassieke Koerdische liefdesverhaal Mem en Zîn voor het eerst uitgegeven in
een volledige Engelse vertaling. Dat zijn niet alleen literaire gebeurtenissen van belang, maar
ook nationale. Beide dichtwerken gelden namelijk ook als het nationale epos van hun volk.

Vanwaar die aanhoudende belangstelling voor het nationale epos als genre? Elk zichzelf
respecterend volk lijkt er immers een te hebben. De Grieken hebben natuurlijk Homerus' Ilias
en Odyssee, de Duitsers hebben het Nibelungenlied, en de Finnen de Kalevala. Die schijnbare
vanzelfsprekendheid verbloemt het feit dat al deze nationale epen pas in de negentiende eeuw
als zodanig gecanoniseerd zijn. Niet dat ze voordien onbekend waren, maar hun huidige status
berust op het idee van een dichtwerk als de belichaming van de ziel van een heel volk. Dat is
een typisch romantische notie, die vóór de negentiende eeuw niet of nauwelijks bestond.

Je kunt dat punt nog krachtiger formuleren: zulke schijnbare vanzelfsprekende noties als volk,
cultuur en identiteit zijn veel recenter dan we ons realiseren. Ze zijn nauw verbonden met de
opkomst van de natiestaat in de negentiende eeuw. Zodoende is het nationale epos niet alleen
in Europa, maar wereldwijd een nieuw verschijnsel. Ook in het Midden-Oosten gaan volkeren
prat op het bezit van een nationaal epos. De Perzen hebben de Shahname (voltooid in 1010),
de Georgiërs hebben Shota Rustaveli's Man in het pantervel (1200), de Koerden hebben Mem
en Zîn (eind 17e eeuw), en de Armeniërs hebben David van Sassoen (late 19e eeuw).

De Perzische literatuur heeft in deze regio een bijzondere status: ze is aantoonbaar de
inspiratiebron geweest voor allerlei latere 'nationale' literaturen. Dat is niet alleen dankzij de
rijke verzameling heldensagen die in de Shahname bewaard is; een ander invloedrijk
dichtwerk is Nizami's Layla en Madjnûn, een tragisch liefdesverhaal van een soortgelijke
statuur als Shakespeares Romeo en Julia. Het verhaal van de Arabische jongen Qays die
letterlijk gek (in het Arabisch: madjnûn) van liefde voor de schone Layla wordt, bestond al als
Arabische vertelling, maar Nizami heeft er de klassieke formulering van gegeven. Bovendien
geeft hij er een mystieke lading aan, die in het Arabische origineel ontbreekt: bij hem wordt
de onvervulde liefde tussen twee mensen tot een symbool voor de zuivere mystieke liefde tot
God.

Deze twee Perzische werken hebben een immense cultuurhistorische invloed gehad. Ze
stonden niet alleen op het Iraanse territorium of in het Perzische taalgebied in aanzien, maar
ook ver daarbuiten. Figuren, vormen en motieven eruit verschijnen in de zowel de mondelinge
volkspoëzie als de geschreven hofliteratuur van diverse volkeren in Anatolië, de Kaukasus en
Centraal-Azië. Dit gegeven staat haaks op de traditionele nationalistische aanname dat
folkloristische tradities puur lokaal zijn, en niet met vreemde cultuurinvloeden zouden zijn
vermengd.

De Perzische beschaving, en specifieker de Perzische literaire traditie, vormde zodoende de
basis van een waarlijk kosmopolitische cultuur die zich uitstrekte van Istanbul tot Delhi. Daar
werd ook niet moeilijk over gedaan: de Koerdische dichter Ehmedê Khanî erkent volmondig
zijn schatplichtigheid aan Nizami, en ook de Georgiër Rustaveli noemt zijn Perzische
inspiratiebronnen:

Dit verhaal uit 't Perzische land

Vertel ik in Georgische verzen

't Is overgeleverd, zoals een dure parel,

die speels verder rolt van hand tot hand

Rustaveli's Man in het pantervel heeft veel van zijn ideeën en uitdrukkingen over liefde en
vriendschap ontleend aan Nizami's Layla en Madjnûn; zo omschrijft hij de ridders Avtandil
en Tariel allebei als medjnuri of 'liefdesdwazen' -een duidelijke echo van madjnûn. Ook
zwerft Tariel net zo in een pantervel door de wildernis als Firdowsi's Rostam. Ook Ehmedê
Khanî's held Mem is een langzaam van liefde wegkwijnende dwaas zoals Madjnûn. Evenals
bij Nizami staat ook hier de mystieke liefde tot God centraal; maar meer dan in Layla en
Madjûn komen in Mem en Zîn ook de wereldse liefde en de vriendschap aan bod: er wordt in
dit boek duchtig gefeest, gevochten, gezopen en gevreeën.

Alleen in het Armeense epos David van Sassoen speelt liefde een minder belangrijke rol dan
heroïek en sterke verhalen. Centraal staat hier niet de madjnûn, maar de dzur of roekeloze
held, die zijn eigen kracht niet kent en zonder aarzelen het gevaar zoekt. Toch zijn ook hier de
Perzische invloeden onmiskenbaar: de Armeense helden worden ook aangeduid met het
Perzische woord voor held, Pahlevan, en vertonen veel kenmerken van Rostam in de
Shahname, zoals het vechten met de witte demon of dev en het in tweeën hakken van
tegenstanders.

In de negentiende eeuw ondergingen al deze dichtwerken een diepgaande verandering: opeens
werden ze opgewaardeerd tot het nationale epos van 'hun' volk. De Shahname werd steeds
vaker voorgedragen in de Perzische koffiehuizen, en verscheen nu ook in gedrukte versies.
Daarmee werd ze zowel een bron als een symbool van het opkomende Iraanse nationalisme,
en van toenemende anti-Arabische sentimenten. Dit Perzische nationalisme was niet
simpelweg een westers importproduct; het was voorbereid door de achttiende-eeuwse
bâzgasht-of 'terugkeer'-beweging, die de vernieuwingen van de Indiaas-Perzische poëzie

afwees en een terugkeer predikte naar de klassieke poëzie van Nizami. Ook elders in de regio
ontstonden in de achttiende eeuw tendensen naar simpeler en breder toegankelijk taalgebruik,
en naar een publieke taal die dichter bij de gesproken dialecten van het volk stond.

Tegen het einde van de negentiende eeuw werd het zoeken naar nationale epen in het Midden-
Oosten, net als in Europa, tot een ware rage. Deze rage weerspiegelde de nieuwe gedachte dat
je pas een echt volk was, en dus aanspraak kon maken op een eigen staat, als je een eigen
literatuur en met name een nationaal epos had. Zo kreeg Rustaveli's Man in het pantervel, dat
al eeuwen een model voor zowel geschreven als orale Georgische poëzie was geweest, tegen
de achtergrond van de negentiende-eeuwse Russische bezetting van Georgië een nieuwe en
nog belangrijker status. Ook herontdekten Koerdische nationalisten het zeventiende-eeuwse
mystieke liefdesgedicht Mem en Zîn als hun nationale heldendicht. Daarbij gaven ze een
geheel nieuwe interpretatie aan het werk: hoewel Khanî zelf het tragische lot van de twee
geliefden expliciet presenteert als zinnebeeld voor de mystieke liefde tot God, werd Mem en
Zîn nu gelezen als verbeelding van de verschillende Koerdische stammen en vorstendommen
die niet bijeen konden komen om één onafhankelijk Koerdistan te vormen.

Deze lezing sluit overigens aan op nationalistisch klinkende opmerkingen van Khanî zelf. Die
heeft zijn gedicht in het Koerdisch geschreven, zegt hij,

Zodat de natiën niet zeggen dat de Koerden

Zonder kennis zijn, zonder fundament of oorsprong

Ook de Turken haastten zich om het Boek van Dede Korkoet (besproken in Boeken, 7.10.05)
tot nationaal epos te promoveren, al was dat tot dan toe op het Anatolische platteland vrijwel
onbekend geweest. De Armeniërs bleven niet achter: in 1873 berichtte de Armeense bisschop
Garegin Serwantsian dat hij op de vlakten van Oost-Anatolië een waarachtig Armeens
nationaal epos had ontdekt. Zijn hoger opgeleide collega's in Istanbul, opgeleid in de verfijnde
literatuur in de aloude Armeense schrifttaal, waren geschokt dat een grof gedicht in een
boerendialect opeens het monument van de Armeense literatuur moest worden. Maar deze
veranderende waardering van de gesproken taal van het gewone volk, is juist één van de
kenmerken van het opkomende nationalisme.

Opvallend afwezig in deze zoektocht naar nationale epen zijn de Arabieren. De voor de hand
liggende kandidaat, de Vertellingen van 1001 nacht, werden vanwege hun scabreuze karakter
en hun talrijke dialectuitdrukkingen onwaardig geacht om als symbool van de Arabische
identiteit te fungeren. Algemener werden in de negentiende-eeuwse Arabische literaire
renaissance niet de dialecten en de poëzie van het volk opgewaardeerd; veeleer werd de
bestaande geschreven literaire traditie omgevormd tot een specifiek Arabisch erfgoed, een
beetje zoals de moderne Grieken hadden gedaan met voorchristelijke auteurs als Homerus.
Zelfs de Koran werd door deze beweging eerder gezien als een monument van de Arabische
taal, literatuur en beschaving dan als een religieuze tekst. Zodoende staat het moderne
Arabisch, evenals het Nieuwgrieks, dichter bij de klassieke schrijftaal dan het moderne Turks,
Armeens en Koerdisch, die sterker op moderne gesproken dialecten zijn gebaseerd.

In deze nieuwe nationalistische lezingen werden de alomtegenwoordige Perzische invloeden
verdonkeremaand: die botsten natuurlijk met het nationalistische idee dat nationale epen
wortelen in de eeuwenoude orale tradities van het volk, die niet door contacten met de
buitenwereld zijn gevormd. In 1939 werd in Sovjet-Armenië zelfs het duizendjarig bestaan

van David van Sassoen gevierd, alsof men daarmee wilde tonen dat dit werk net iets ouder is
dan de Shahname, en daar dus niet door zou zijn beïnvloed. Toch zijn Firdowsi's sporen er
duidelijk in aanwijsbaar; ook dateren grote delen ervan uit later tijden: ze verwijzen naar de
latere Arabische belegering van het Armeense koninkrijk in Cilicië, en naar nog latere
Ottomaanse omstandigheden en praktijken.

In David van Sassoen is de verhouding tussen Armeniërs en 'Arabieren' (lees: Ottomanen), of
tussen christenen en moslims, veel vijandiger dan in Rustaveli's en Khani's gedichten.
Rustaveli schrijft nog zonder problemen over Arabische en Indiase hoofdpersonen, en ook
Khani's vorst is probleemloos van Arabischen bloede. Zelfs in de Shahname wordt de strijd
tussen Turken, Perzen en Arabieren niet in termen van vijandschappen tussen volkeren
beschreven, maar eerder als een familieruzie. Dat geeft je niet alleen de indruk dat de ons
overgeleverde versie van David van Sassoen dateert uit een tijd van toenemende
nationalistische tegenstellingen en spanningen in het Ottomaanse rijk. Het geeft je ook een
inzicht in hoe recent en hoe duurzaam deze nieuwe nationale identiteiten en tegenstellingen
zijn -in de islamitische wereld net zo goed als in Europa.

SUBJECT: Book Reviews (95%)

LOAD-DATE: June 19, 2009

LANGUAGE: DUTCH; NEDERLANDS

NOTES: Er wordt duchtig gefeest, gevochten, gezopen en gevreeën;

Boek der koningen; Iran; De Shahname (Boek der koningen) van Abdulqasem Firdowsi werd
in 1010 voltooid. Het beschrijft chronologisch de diverse mythische en historische vorsten die
Iran heeft gekend. De eerste helft kan zich meten met de Griekse mythen: hier treffen we
legendarische figuren als Zal, die met wit haar wordt geboren en daarom door zijn vader
verstoten wordt, en vervolgens wordt grootgebracht door de mythische vogel Simorgh.; Zals
zoon Rostam, een formidabele strijder, speelt een hoofdrol: in talloze gevechten verslaat hij
menselijke en demonische tegenstanders, maar uiteindelijk doodt hij zonder het te weten zijn
eigen zoon in een tweegevecht. Rostams grote tegenstander is de Turkse veroveraar Afrasyab.
Een andere hoofdfiguur is Sekandar (Alexander de Grote) die opvallend mild wordt
beschreven: hij is hier niet de verwoester van een groot Perzisch rijk, maar zelf al haast een
Perzisch koning. De bad guys in het verhaal zijn meermaals Arabieren, zoals de tiran Zahhak,
bij wie twee slangen uit de schouders groeien, en die uiteindelijk door Kaveh de smid wordt
verdreven. De Shahname is ook opvallend ambivalent ten aanzien van de Arabischislamitische
verovering: één figuur in het boek omschrijft die zelfs mismoedig als het einde
van de Perzische beschaving. Het voortbestaan van de Shahname, en van het Perzisch als
cultuurtaal, heeft zijn ongelijk bewezen.;

De man in het pantervel; Georgië; De man (ook wel: ridder) in het pantervel
(Vepkhistqaosani), van de Georgische dichter Shota Rustaveli werd omstreeks 1200
geschreven. Het verhaalt van de Arabische generaalszoon Avtandil, die verliefd is op de
pasgekroonde koningsdochter Tinatin. Op een dag ziet Avtandil tijdens de jacht een
mysterieuze wenende ridder, die slechts in een pantervel is gekleed. Tinatin draagt hem op om
het geheim van deze ridder te ontdekken. Na jaren zoeken vindt Avtandil de man; het is de

Indische prins en krijger Tariel, die treurt om zijn verdwenen geliefde Nestan Daredjan. Die
blijkt te zijn ontvoerd door Kadji's of demonen. Met behulp van een wederzijdse vriend,
Nuradin Pridon, bevrijden ze Nestan uit de burcht van de Kadji's, waarna de beide ridders
trouwen met hun geliefden, en later als bevriende koningen gaan heersen over hun respectieve
rijken.

; David van Sassoen; Armenië; Het Armeense volksepos David van Sassoen, ook wel Helden
van Sassoen (Sasuntsi Dzurer) genoemd, werd oorspronkelijk mondeling overgeleverd. Het
zit, zelfs meer dan de Shahnâme, vol sprookjeselementen; eveneens typerend voor orale
literatuur is het hoge tempo waarin de wonderbaarlijke gebeurtenissen elkaar opvolgen. Het
epos beschrijft meerdere generaties Armeense helden; de eerste daarvan, de bovenmenselijk
sterke broers Sanasar en Baltasar, zijn geboren uit een onbevlekte ontvangenis nadat hun
moeder uit een melkfontein heeft gedronken.; Hoogtepunt van het epos is de derde zang, over
Sanasars kleinzoon David, die als jong kind al zo sterk is dat hij meerdere speelkameraadjes
per ongeluk de nek breekt. Later begint David een opstand tegen de hoge belastingen die de
Arabische heersers heffen; het daaropvolgende beleg van Sassoen wordt besloten met een
tweegevecht tussen David en de Arabische koning Misra Malik.

; Mem en Zîn; Koerdistan; Mem en Zîn van de Koerdische dichter Ahmedê Khanî werd in
1692 voltooid. Tijdens de viering van Newroz, het Koerdische Nieuwjaar, ontmoeten de als
meisje verklede jongens Mem en Tajdîn en de als jongens verklede meisjes Sitî en Zîn elkaar
en raken op slag verliefd. Tajdîn trouwt al gauw met Sitî. de bruiloft wordt uitbundig gevierd,
waarna een uitvoerig en expliciet beschreven bruidsnacht volgt. Ook Mem en Zîn willen
trouwen, maar de lelijke hoveling Beko stookt de plaatselijke vorst tegen hen op, zodat die
geen toestemming voor hun huwelijk geeft.; Daarop kwijnen de twee geliefden langzaam
weg; na een schaakspel met de vorst wordt Mem zelfs in het gevang gegooid. Uiteindelijk
verandert de vorst van gedachten, en geeft de twee geliefden toestemming om elkaar weer te
zien; maar beiden sterven kort na hun hereniging.; Beko wordt boven hun graf gedood; uit een
druppel van diens bloed groeit een doornige struik tussen hen in, zodat ze zelfs in de dood niet
samen kunnen komen.; Er zijn, of waren, ook diverse mondelinge varianten van dit verhaal in
omloop; daarin ontbreekt de mystieke dimensie, en overheersen fabelachtige elementen.;
Rectificatie / Gerectificeerd; Correcties en aanvullingen; Vlaggen; Bij Een parel die rolt van
hand tot hand in Boeken (12 juni) zijn vlaggen verwisseld. Bij het stukje over Koerdistan
stond de vlag van Iran. Bij Iran die van Iraaks Koerdistan.

GRAPHIC: 1206BBmajnun1, Een ongedateerde illustratie van het tragische liefdesverhaal
'Layla en Madjnûn', Foto Heritage-images
1206BBmajnun2a, Madjnûn met dieren in de woestijn, een schildering uit 1492, The British
Library/Heritage

 

Behind the Kurdish Hunger Strike in Turkey

by Jake Hess | published November 8, 2012

To hear Mazlum Tekdağ’s story is enough to understand why 700 Kurdish political prisoners have gone on hunger strike in Turkey. His father was murdered by the state in front of his Diyarbakır pastry shop in 1993, when Mazlum was just nine years old. His uncle Ali was kidnapped by an army-backed death squad known as JİTEM (the acronym for the Turkish phrase ...

Lees meer...

De basisprincipes

De basisprincipes

Hoe haal je meer uit het ‘netwerken’?

ir. Ali Ghahrmani

Het Koerdisch Academisch Netwerk (KAN) is een sociale en zakelijke netwerkorganisatie die bedoeld is voor hoogopgeleide Koerden in Nederland. Voor haar als een ieder netwerkorganisatie gelden bepaalde spelregels om meer uit het netwerken te halen. De afgelopen jaren is in Nederland een explosieve groei van vele netwerken ontstaan. Nederland is ...

Lees meer...

History of Newroz and its celebrations

History of Newroz and its celebrations

Dr. Afrasiab Shekofteh

Every year on the March 21st, Iranian nations celebrate Newroz (New Day), and the Iranian calendar begins on this day as the first day of Spring, the first day of New Year.

Lees meer...

Hoop op dialoog tussen Koerden en Turken

Celal Altuntas

Het is rond elf uur ’s avonds en ik werk op mijn pc aan mijn boek. Rechts van mij staat een lekkere rode wijn om mij gezelschap te houden. Ik neem even rookpauze en ga naar Facebook om te zien wie er allemaal zijn. Ik meld me aan en het eerste wat mij opvalt is een speech van de Turkse vicepremier Bulent Arinc, in het Turks, over de Koerden en de Koerdische kwestie. In zijn speech er...

Lees meer...
More: